Het lichaam beschikt normaliter over (meer dan) voldoende bescherming tegen radicalen, bijvoorbeeld door middel van de vitamines C en E, bèta-caroteen, urinezuur, dextrose en plasma-proteïne. Bepaalde eiwitten binden zich aan ijzer en houden zodoende een belangrijke factor in de productie-route van radicalen onder controle. Vitamine E heeft een min of meer preventief effect omdat het radicalen verwijdert op het moment dat ze ontstaan. Stoffen die radicalen kunnen neutraliseren, worden anti-oxidanten genoemd.
Naarmate het lichaam ouder wordt, wordt het radicalen-afweersysteem zwakker. Radicalen dragen dan ook in belangrijke mate bij aan de ontwikkeling van ouderdomsziekten (degeneratieve ziekten), zoals reuma, de ziekte van Parkinson, dementie en hart- en vaatziekten.
Ouderdomsverschijnselen zelf worden veroorzaakt door functieverlies van cellen, weefsels en organen. Dit functieverlies ontstaat doordat vitale processen in de cel worden aangetast. Schade veroorzaakt door radicalen is hiervoor in belangrijke mate verantwoordelijk. Storingen in het centrale zenuwstelsel kunnen worden tegengegaan door bet verwijderen van radicalen. Gevolgen van dementie, verwondingen of hersenbloeding zouden op deze manier dan ook kunnen worden verminderd.